ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

28 september 2014, preek in de Anna-Bonifatius

E-mail Afdrukken PDF

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman","serif";}

Overweging op 28 september 2014 in de Anna- Bonifatius

Lezingen: Ez. 18, 25 -28 en Mattheüs 21, 28 -32

Zusters en broeders,

Toen ik naar wat uitleg zocht voor de lezingen van vandaag,

stootte ik op een schriftje.

Het was een schriftje van Willemien.

Ik kreeg het van haar vlak voor ik van West naar Oost verhuisde.

En ik had het eigenlijk nooit meer ingekeken.

Willemien was een klein vrouwtje,haast altijd vergezeld van een hondje.

Ze woonde in de Kinkerbuurt.

Maar daar woonde ze nog niet lang.

Ze moest weg uit haar huisje.

Haar hele leven had ze in het centrum gewoond, in de Jodenbuurt.

En toen ze de kans kreeg, keerde ze daar weer naar terug.

Willemien wilde katholiek worden.

Vroeger had ze op christelijke scholen gezeten.

Ze kende nog oude protestante gezangen.

Dat katholieke kwam van de Nicolaas.

Ze woonde in de schaduw van die kerk.

Maar belangrijker was het dat ze in de Jodenbuurt woonde

en wel in de oorlog.

Dit schreef ze daarover:

Op de plek waar mijn wiegje stond, bruisend van Joodse humor..

De oorlog roeide ‘leven uit- kwaadaardig als een tumor.

Verspreidde Joden her en der naar concentratiekampen

En lig ik ’s avonds in m’n bed; hoor k nog de laarzen stampen

In vierkwartsmaat, een zwarte pet, zij kwamen de wanhoop brengen

Over ‘t ‘Judenviertel’, razzia’s. ’t Deed vele tranen plengen.

Op Neerlands innigst stukje grond: de Amsterdamse hartslag

En diamant, gein, handelaars…ach, wat het dan ook zijn mag.

Willemien had het Joodse leven meegemaakt om haar heen:

Het Waterlooplein, de kar met Amsterdamse uien,

de joodse buurman, die zo arm was,maar die zoveel humor en gein had.

Ze had de oorlog daar meegemaakt.

De een na de andere buurman was opgepakt.

De stampende laarzen klonken nog door in haar oren.

En ze maakte gedichtjes;

Eenvoudig maar heel menselijk

De mensen uit de buurt hielden van haar.

En de Joodse mensen, die weggevoerd werden,

namen de herinnering aan haar met zich mee.

Ze was klein ,maar pittig en lief,

Ze zag zoveel leed, maar bleef menselijk.

Wat er in de oorlog was gebeurd,had haar ontzettend aangegrepen.

En als ze moest huilen, ging ze naar de Nicolaas bij het station.

Daar zat ze op de achterste bank.

Ze snoof het wierook op.

Ze zag de kaarsen branden.

Ze vond troost bij het lieve gezicht van Maria.

Ze schreef:

Zacht schuifel ik over ’t kerkportaal

En hoor de engelen zingen.

De rust daalt neder in mijn hart

Vergetend de aardse dingen…

Haar hele leven wilde ze katholiek worden.

Maar pas toen ze rond de 70 was, kreeg ze de moed,

Om er ook werk van te maken.

Ik las haar gedichtjes:

Over de oorlog, de joodse buurt,

Over honden en kabouters,

Over oude, verloren liefde

Over de pastoor, die aardig was, ook als was ze niet katholiek,

Over roomse vriendjes, die haar leerde hoe je biechten moest.

Over oude protestante gezangen.

Ze leerde ze op school.

En ze stelde er allerlei leuke vragen bij ..

Ik liet de Bijbelcommentaren maar even liggen.

Ik dacht aan Willemien.

Misschien wel een levend Bijbels commentaar.

Ik dacht er aan, hoe ik dag in dag uit in de bijbel lees.

En hoe ik houd van psalmen en gebeden.

En hoe ik ‘ja zeg tegen de Heer en dat ik wil doen wat Hij van mij vraagt.

Maar vaak genoeg schaam ik me

Voor wat ik er van maak.

Het is vaak zo minnetjes en zo berekenend.

Maar dan kijk ik naar Willemien,

Die al wat jaren geleden gestorven is.

Ze zoog het leven in zich op.

Ze had oog voor eenvoudige en kleine mensen.

Ze voelde het verdriet van Joodse en andere mensen.

Ze betekende niets in de ogen van de wereld.

Er waren maar weinig mensen bij haar begrafenis.

Ik maakte haar huiver mee voor grote woorden en voor die mysterieuze kerk.

Als de Heer haar had gevraagd, in Zijn wijngaard te werken,

Dan had ze vast ‘nee’ gezegd.

‘Te groot, te verheven voor mij.

,Ik hoor niet tot dit soort mensen’

Maar ik voelde, hoe ze ja deed:

Ja tegen haar eenvoudige leven,

Ja tegen de mensen,die op haar weg kwamen,

Ja tegen een leven, dat vol teleurstellingen was

ja tegen de mensen die op har weg kwamen met hun verhalen en hun zorgen.

Ik denk dat Willemien te bescheiden was om ja te zeggen

tegen de uitnodiging van de Heer.

Maar in haar hele leven deed ze ’ja’.

‘Ja, Heer, uw wil te doen is mijn vreugde’

En wij? Ik denk dat er velen onder ons zijn, die zichzelf niet zo geweldig vinden, ook niet zo’n geweldige gelovige. Eerder als Willemien dan als een krachtpatser. Maar ik denk, nee ik weet, dat er velen onder ons zijn, die misschien ‘nee’ zeggen, maar ja hebben gedaan. En dat nog steeds doen, van dag tot dag.

Gelukkig dat ze er zijn;

De Willemienen, Amsterdamse mensen zoals u en ik.

En de Heer zal glimlachen over deze vrouw en over velen van ons,

die op een eigenwijze en met eigen mogelijkheden het beste er van maken.

.