ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

12 oktober 2014, preek in de Anna-Bonifatius

E-mail Afdrukken PDF

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman","serif";}

Preek op 12 oktober 2014 in de Anna -Bonifatius

Lezingen: 25, 6-10a en Matth. 22, 1 -10

Zusters en broeders,

Hopelijk heeft u hier het gevoel welkom te zijn. Dat gevoel proberen veel mensen in ons midden u te geven. Maar zelfs als ze daar niet in slagen,mag u toch weten welkom te zijn bij God. We zijn welkom bij God. Toen ik gisteren wat boekjes over 100 jaar Gerardus bij de boekhandel bracht zei de verkoopster: Reken maar dat ze gauw verkocht worden. De mensen zijn erg geïnteresseerd in de kerk. Ik wist van verbazing niet wat ik moest zeggen. Zou dat echt zo zijn? Eigenlijk hoef ik me daar niet over te verbazen, want wat we hier vieren en mogen beleven is diep menselijk en zeer de moeite waard. We zijn welkom bij God.

Hoe wordt dat uitgedrukt? Het wordt uigedrukt door de verhalen over een maaltijd en over een bruiloft. De Heer richt een maaltijd aan, staat er in de eerste lezing. Het water loopt je al uit de mond: heerlijk eten en lekkere wijnen. Bovendien wordt het verdriet van ons weggenomen. Geen tranen meer. Zelfs de dood, oorzaak van zoveel verdriet wordt gewist.

Als de profeet dit schrijft, dan is de ellende van de ballingschap nog zeer voelbaar. Zo gemakkelijk hebben de toehoorders het niet. Dan moet het toch heel rijk zijn te weten, dat de Heer van het leven, ook van het soms moeilijke leven, een feest maakt. De Heer richt een maaltijd aan. Hij laat zien, dat mensen er in zijn ogen toe doen.

En dan de Evangelielezing. Ik kreeg daar dadelijk heel veel vragen bij. ‘Waarom komen de genodigden niet: waarom trokken zo vele zich niets van de uitnodig8ing aan endoden ze zelfs de bodes? En waarom worden hele steden verwoest?’En tenslotte was het voor mij een vraag. Waarom de goeden, maar ook de slechten op het feest mochten komen.’Is de koning niet genoeg teleurgesteld?’Wat een vragen! Maar al gauw kreeg ik in de gaten, dat het verhaal een diepere bodem heeft.

Er wordt gesproken over een bruiloft. Er is of er wordt blijkbaar een huwelijk gesloten. En die bruiloft blijkt lang te duren. Want tussen de eerste uitnodiging en die laatste, waarbij heel veel mensen mogen aanzitten, moet toch wel wat tijd zitten. Zeker die bruiloft duurt lang. Want het gaat hier om het huwelijk tussen de zoon van de koning en de mensen. Die zoon moet Jezus wel zijn. God nodigt ons uit voor de bruiloft van Zijn Zoon en de mensen. Wie mogen er meedoen met dat verbond? Het lijkt mij dat de eerste gasten de Joden zijn. Zij zijn het volk van God. De ervaring van de verteller van dit verhaal, Jezus,is dat vele die uitnodiging afwijzen. Ze hebben er geen benul van, dat de Allerhoogste zich door Hem aan de mens heeft verbonden.

Ze raken geïrriteerd door de boodschappers. Misschien willen ze niet bij dat feest horen,omdat de deelname aan het feest wel een bepaalde instelling vraagt. Doe je mee aan het feest, dan ben je er en iet meer op uit een ander zwart te maken. Je probeert het goede in een ander te ondersteunen, je doet gerechtigheid, je probeert goed en mild te zijn. Als die dingen kosten moeite maar ze horen wel bij dat feest.

In de loop van de geschiedenis hebben we die weerstand bij het volk van God, de Joden opgemerkt. Maar wat we evenzeer opmerkten is dat God niet opgehouden is van mensen te houden en ze steeds weer opnieuw uit te nodigen.

En dat doden van de dienaars en het verwoesten van de steden? In de loop van de geschiedenis zijn er boden van God om het leven gebracht en het is niet onmogelijk dat de schrijver van het Evangelie bij die verwoesting van de steden aan Jeruzalem zelf dacht, dat in de zeventiger jaren na Christus gruwelijk met de grond gelijk werd gemaakt.

Het lijkt haast een wanhoopsdaad, als de koning uiteindelijk mensen van alle hoeken van de straten de bruiloftszaal binnen probeert te leiden. Goeden en slechten, zo staat er. Vele uitleggers menen dat het hier om de kerk gaat. Als de eerst genodigden, de Joden, niet op de uitnodiging ingaan, dan worden de mensen van overal vandaan gesleept. En zo is het met de kerk van de eerste dagen gegaan. Mensen werden van alle volkeren bijeengebracht. En er waren goede: verstandige, knappe,mooie en brave mensen bij. Er waren ook slechte: gebrekkige, kreupelen en armen bij. Er was ook tuig, dat de bruiloftszaal binnenkwam. En zo is het echt gegaan. Nog steeds wordt iedereen genodigd op het bruiloftsmaal van de Heer.

We zijn hier meer dan welkom en we hoeven ons niet voor onszelf te schamen. Er is nog een slot aan dit Evangelie. Er blijkt iemand geen bruiloftskleed aan te hebben. Had hij te veelhaast om iets moois te zoeken of aan te trekken? Of kon het hem helemaal niet schelen, wat hij aan had? Ik veronderstel dat de koning begrip had opgebracht voor de man als er te veel haast was of als hij te arm was. Maar onverschilligheid duldt Hij niet. en eerlijkheidhalve moeten we zeggen, dat de later genodigden zich vaak nog veel onverschilliger gedroegen als de eerste.

Dat gevoel van welkom zijn moet niet uit ons hart verdwijnen. Maar bij dat gevoel van welkom – zijn past dankbaarheid. Dankbaarheid naar Degene, die ons uitnodigt en die ons binnenlaat in een ruimte, waar het past anderen met evenveel mededogen en respect te behandelen. En wellicht is dat het bruiloftskleed waarmee we ons moeten bekleden.