ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

30 november 2014, Anna-Bon, eerste advent

E-mail Afdrukken PDF

 

 

 

Preek op de eerste zondag van de Advent in de Anna- Bonifatius 30 november 2014-11-29

Lezingen: Jes. 63, 17-19b; 64,3b-7 en Marcus 13, 33-37

Zusters en broeders,

Ik denk zelf dat er heel veel geloof is verborgen onder mensen. Er zijn zoveel redenen, waarom dat er niet uit komt of wellicht weggeëbd is: De geschiedenis van de kerk of negatieve ervaringen, die zijn opgedaan. De druk en de controle op de seksualiteit kan zo’n ervaring zijn. De ellende in de wereld of de narigheid in je eigen persoonlijke leven en het gevoel dat God daar niets aan heeft gedaan of afwezig was, kan een reden zijn om niets aan je geloof te doen. Ik zelf ontmoette van de week iemand, die enorm veel weerstand had tegen geloof en tegen gelovigen. Dat kan. Maar mij doet het pijn. Het doet me pijn omdat ik zelf heel veel te danken heb aan gelovige mensen en aan het geloof dat mij gegeven is.

Niettemin kan geloof en ongeloof voor ons allen een worsteling zijn. Ik bedoel dat je hier regelmatig kan komen, terwijl je hart vol twijfel en verwarring of onrust is. In zekere zin kan het rust geven , als je dan maar helemaal niets aan je geloof doet. Maar zo is het bij de meeste van ons niet. We komen hier om ons geloof te beleven. En dan zie je onder ogen wat jij van je leven maakt of hebt gemaakt. Je voelt je tekorten. Het is dan ook nog lastig, als je merkt dat veel mensen in je omgeving niet veel werk maken van hun geloof of helemaal niet geloven. Je hoort dagelijks van oorlogen en van ziekte en je maakt zelf het een en ander mee. Waar is God? Hoe is Hij aan het werk? En dat koninkrijk van Hem, komt daar nog wat van? Onrust en vragen zijn er dus ook bij heel gelovige mensen.

Als ik het goed lees, dan gaan de lezingen van vandaag over dit soort vragen. De eerste lezing maakt het op het eerste gehoor wel wat bont. God wordt als het ware ter verantwoording geroepen. ‘Waarom God, liet u ons van uw wegen afdwalen?’ Is God er dan zelf verantwoordelijk voor, dat er te weinig werk gemaakt wordt van ons geloof? Iets verder in de tekst merk ik dat deze zucht een uiting is van een diep verlangen, dat God zal komen, dat Hij aanwezig zal zijn ons leven: Scheur toch de hemel op en daal af… Rorate caeli, dauwt hemelen.

De eerste lezing komt uit een sfeer, waarin de ballingschap nog voelbaar is. Jeruzalem is verwoest. Er is geen houvast van feesten en tijden, van liturgische bijeenkomsten en Bijbeluitleg. De ballingschap is hard en de tijden zijn moeilijk, ook als het volk in staat wordt gesteld weer terug te keren.

Ik zie in de lezingen wel een manier om met de vragen om te gaan. Je erkent je eigen aandeel in de ellende om je heen, ook al lijkt het alsof het je is overkomen. Tegelijk verwoord je een heimwee naar God, die je voelt en ervaart als een Afwezige. En je roept of je schreeuwt, dat Hij komt, dat de hemel opengescheurd wordt. Zo doet de eerste lezing dat.

Ik weet heel goed, dat niet iedereen tot zo’n gebed in staat is. Veel mensen hebben hun verlangen naar God al lang laten zitten. Of misschien is dat verlangen nooit bij hen gaan leven. Misschien ontbreekt daarvoor de ruimte door de ellende om ons heen of de drukte van het dagelijks bestaan . Maar waarom zouden wij niet zo bidden namens heel veel mensen, met wie we verbonden zijn? Ik bedoel dat wij in een wereld die God niet nodig lijkt te hebben, wel iets overeind mogen houden wat de moeite waard is en wat uiteindelijk wellicht de moed en de inspiratie in onze samenleving levend houdt. Ligt hier een taak voor ons?

Dat brengt me tot de tweede lezing, het Evangelie. Dit stukje is het einde van een lange toespraak van Jezus over het einde van de tijden, het einde van alle dingen. Onmiddellijk na dit stukje begint het Lijdensverhaal van Jezus. Het is alsof de Evangelist na de beschrijving van alle ellende, laat zien dat Jezus zich daar niet aan onttrekt. Aan zijn eigen leven maakt hij mee, wat christenen meemaken aan onbegrip, wantrouwen, vervolging en lijden.

Wat is de raad of het advies van Het Evangelie, van Jezus: Val niet in slaap, wees alert, wees waakzaam. Heb aandacht voor wat er gebeurt en leef zo aandachtig, dat je ook open kan staan voor dat wat er nog kan gebeuren. Want ineens is het ogenblik daar.

En dan is er een verhaal. Het is het verhaal van de man die in het buitenland vertoeft en het beheer van zijn huis aan dienaren geeft. Ieder heeft een taak. Maar er is één bijzondere taak. Dat is de taak van deurwachter. Er is een deurwachter, die wel heel bijzonder waakzaam moet zijn.

Welnu, ik heb het idee, dat wij die taak hebben gekregen. Wij zijn als het ware deurwachter. Wij zijn het die aandachtig moeten omzien naar mensen die rond de deur hangen. Dat kunnen mensen van de vertouwde kring zijn. Het kunnen ook jongeren zijn, armen of mensen die verlangen en heimwee hebben maar die we niet zo zeer bij die deur verwachten. Wij moeten deurwachter zijn, om attent te zijn op mensen die de deur uit gaan, maar ook attent op de mensen die wellicht binnen willen komen.

Vervolgens zijn wij deurwachter om de Heer zelf binnen te laten: Binnen in onze samenleving, binnen in onze aardse werkelijkheid. Want waar de Heer aanwezig is en welkom is in ons midden, daar is menselijkheid, rechtvaardigheid, mildheid, vergevingsgezindheid en liefde. Deurwachter zijn. Zou dat onze taak zijn voor de tijd die ons wacht? Is dat een opdracht voor de Advent?

 

Laatste aanpassing op donderdag 04 december 2014 11:59