ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

18 januari 2015, preek in de Anna-Bonifatius

E-mail Afdrukken PDF

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman","serif";}

Preek in de Anna- Bonifatius op 18 januari 2015

Lezingen: 1 Sam, 3,3b-10.19 en Joh. 1, 35-42

Zusters en broeders,

Wat verlangen we of wat zoeken we? Heel veel mensen verlangen er naar eindelijk iets te winnen in één van de loterijen. Verlangen naar werk of naar een vriendin of een vriend, zijn verlangens, die menselijk zijn en veel voorkomen. En dan is er een verlangen naar geborgenheid, naar vrede en naar veiligheid. Dat zijn verlangens, die wat vager lijken of wat verder weg, maar die velen van ons toch met zich meedragen. En die twee leerlingen uit het Evangelie. Wat verlangen zij? Als Jezus daarnaar vraagt, dan lijkt het net alsof ze een verlegenheidantwoord geven. Zeggen ze wat er zo het eerst in hen opkomt: Waar woont u, waar houdt u verblijf?

Ik denk dat het wel mee valt met die verlegenheid. Eigenlijk is het een heel diepzinnig antwoord. De twee willen eigenlijk weten, waar Jezus thuis is. Dat thuis of dat domein van Jezus is een antwoord op een heel diep verlangen. Volgens mij is dit verlangen eigenlijk een verlangen naar God of naar de wereld van God, die in Jezus heel dichtbij komt.

Jezus geeft een bijzondere reactie op hun vraag. Hij geeft niet zijn naam of adres, geen telefoons of e-mail. Hij zegt: Komt en ziet. Hij nodigt de twee uit, om Hem te volgen, achterna te gaan en dan te zien. ‘

Na die ontmoeting komen ze Simon, de broer van één van hen tegen. Vol enthousiasme nemen ze hem mee naar Jezus. En Jezus noemt hem tegelijk bij een nieuwe naam: Kefas, Petrus. Je bent een rots.

Wat gebeurt hier toch? Allereerst is er het verlangen van de twee leerlingen, die gelijk geboeid zijn door Jezus. Augustinus, een grote kerkvader zegt: ‘Ons verlangen naar God wordt gedragen door Gods verlangen naar ons’. God doet ons verlangen naar Hem. En als we menen niet de moeite waard te zijn om naar Hem te verlangen, dan wekt Hij in ons het verlangen naar Hem, maar ook naar Zijn eigenschappen: Geduld en goedheid, vrede en mildheid, liefde en vertrouwen. Hij wekt in ons het verlangen om in de buurt te blijven van Jezus, die Zijn menslievendheid laat zien.

Als die twee leerlingen eenmaal aangeraakt zijn door het besef dat ze de Messias hebben gevonden, dan kunnen zen iet anders dan dit door te vertellen. Ze steken Simon aan en in het vervolg van het Evangelie nog anderen.

Twee wegen naar geloof: Het verlangen naar God en Zijn wereld wordt in ons gewekt, door God zelf. Dat is de eerste weg. De tweede weg: anderen helpen ons om te ontdekken, dat en hoe God aan het werk is. We worden door medemensen gestimuleerd bij Jezus terecht te komen.

Ik wil daar graag bij stil staan. Ik ben er verwonderd over en die verwondering wordt eigenlijk nog gevoed door de eerste lezing. We ontmoeten daar Samuel, een jongen nog, die in de tempel verblijft. Hij slaapt zelfs in het heiligste der heiligen, de plaats waar de ark van het verbond staat, symbool van Gods aanwezigheid. Maar die nabijheid van de Heer, wil nog niet zeggen, dat Hij alle signalen van die nabijheid opvangt. Tot drie keer toe wordt hij bij zijn naam geroepen. Hij hoort niet goed, dat wil zeggen: Hij hoort niet dat het de Heer zelf is die roept. Hij meent dat het zijn meester Eli is. Pas bij die derde keer vermoedt Eli dat het de Allerhoogste zelf is, die Samuel aanspreekt. Dat zegt hij ook tegen zijn leerling en hij vertelt hem, dat die roep wel eens van God zelf kan komen. Als Samuel dan nogmaals bij zijn naam wordt geroepen, dan zegt hij: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’.

Ook hier die twee kanten. Het is de Allerhoogste zelf, die tot het hart spreekt van Samuel. Hij mag dan wel in de tempel slapen, maar dat betekent nog niet dat hij Gods stem kan onderscheiden. God neemt het initiatief, maar Samuel heeft Eli, zijn meester, zijn geestelijk leidsman nodig, om te beseffen, dat hij door God wordt aangesproken. God is aan het werk,maar Hij heeft de mens nodig.

Zo is het ook in het Evangelie. Jezus wekt het verlangen in de twee leerlingen van Johannes. Maar daarin speelt Johannes wel een rol. Hij wijst aan. Vervolgens zijn het die twee, die er anderen, o.a. Simon Petrus bij roepen.

Vandaag begint de week van gebed voor de eenheid van de kerken. Sommige mensen zeggen, dat alles weer teruggedraaid wordt en dat de oecumene in het slop zit. Ik weet het niet. Nog steeds voel ik bij mezelf en bij vele anderen een diep verlangen dat we als christenen één zijn en één worden. Ik meen dat dit verlangen door de Heer zelf in ons hart is gelegd. Vervolgens zijn wij het, die de eenheid handen en voeten moeten geven. Dat gebeurt ook: in gemeenschappelijk gebed, in activiteiten, die we samen ondernemen, in ontmoetingen en in de openheid van elkaar te leren. Ook hier werken God en mens samen.

Ga ik te ver, als ik meen dat de verbijstering over wat er in Parijs is gebeurd, ook verlangen naar verbondenheid oproept en de wil om respect te tonen naar elkaar en naar andere bevolkingsgroepen? Zou ook dit niet in ons hart zijn gelegd? God verlangt naar ons? Tegelijk worden we uitgenodigd daden te verrichten van solidariteit, gerechtigheid en menslievendheid.

‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’. Ik hoop zo dat ik, dat wij de signalen die de Allerhoogste uitzendt in onze tijd zullen horen en dat we er ook naar zullen handelen.