ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

22 februari 2015, preek in de Gerardus, eerste zondag van de vasten

E-mail Afdrukken PDF

Preek in de Gerardus op 22 februari 2015 ( 1e zondag van de vasten)

Lezingen: Gen. 9, 8-15;1Petr. 3, 18 -22 en Mc. 1, 12- 15

Zusters en broeders,

Arthur Japin, de hoofdredacteur van de glossy over Jezus, heeft drie dagen in de woestijn doorgebracht om iets over Jezus te weten te komen. De 21 Koptische christenen liepen niet lang over het strand, samen met hun beulen: Ya Rabbi Yasou’, riepen ze, voor het aanschijn van hun dood, ‘Mijn Heer Jezus’. Ook zij kwamen iets over Jezus te weten, nl. dat het mogelijk is, dat je omwille van Hem gedood wordt.

Hoe gaan wij iets van Jezus te weten komen? De tijd van veertig dagen is daar een geschikte tijd voor. Het is een tijd, zo zegt de prefatie van deze tijd het, van meer toeleg op het bidden , van grotere aandacht voor de liefde tot de naaste en tot grotere trouw aan de sacramenten. Het zijn instrumenten, hulpmiddelen of misschien adempauzes om de band met onze Heer te verdiepen en te beleven. Ýa Rabbi Yasou’. ‘Mijn Heer Jezus’. Het klinkt als een uiting van liefde eerder dan een strijdkreet.

Ik vermoed dat mensen die de glossy over Jezus kopen, dat doen uit nieuwsgierigheid. Zo is dat bij mij. Maar wellicht wordt de een of de ander er toch toe aangezet verder te gaan. Nieuwsgierigheid kan tot belangstelling leiden. Belangstelling tot verbondenheid of tot een band.

Verbinding, verbondenheid, band of verbond. Dat zijn woorden, die ik in de eerste twee lezingen meerdere keren hoor. Er wordt ons iets beloofd. De belofte is dat na de zondvloed ons nooit meer een totale vernietiging zal overkomen. We mogen rekenen op Gods barmhartigheid. En de doop, zo legt Petrus uit, lijkt op die mensen, die in de ark verblijven. We worden beschermd. We zijn gered.

Een bijzonder mooi teken van de verbondenheid is de regenboog. Er is een boog gespannen van de hemel naar de aarde. Er daalt iets van de glorie, het geluk en de vrede op de aarde neer. De boog is geen strijdboog. De kant van de boog is niet naar mensen gericht. Het is een vredesboog. Veelkleurig is die boog. De verbondenheid van God is voor alle mensen bestemd: gemakkelijke en moeilijke mensen, mannen en vrouwen, rijken en armen, witte en bruine mensen, zieken en gezonden.

De barmhartigheid en de nabijheid van God, de liefde en de vriendschap van Jezus, de verbondenheid met mensen en ook met het diepst van jezelf: Dat is wat we mogen verwachten en hopen. Dat is het aanbod van God aan ons.

Het is gratis. We ontvangen het als een cadeau, maar dat wil niet zeggen, dat het zomaar gebeurt. We moeten door van alles heen. En dat weten we maar al te goed. Ons leven verloopt niet soepel. Ons leven loopt meestal ook niet rustig. Er gebeurt veel. Sterker nog. Soms worden we overmand door zorgen: door schulden, door mislukkingen, door ziektes, door teleurstellingen. Ook voor dat leven dat we leven met alle donkere kanten vinden we beelden in de lezingen van vandaag.

Allereerst is daar het water. Noach en de zeven andere mensen plus alles soorten dieren, twee aan twee, dobberden op het water. Het was een grote watervlakte. Geen land aan de horizon. Nergens vaste grond onder de voeten, Hoe lang zou dat gaan duren? Zeker, de bewoners van de ark waren beschut, maar ook ten prooi aan onzekerheid. Ze moesten het doen met het vertrouwen en met de broze zekerheid, dat de Heer aan hun zijde stond en dat het dus uiteindelijke goed zou komen.

En dan is er de woestijn. Jezus verblijft daar veertig dagen. Hij is overgeleverd aan zichzelf. Een woestijn is weinig aantrekkelijk. Hij is daar alleen. Ja wel, Hij leeft met wilde dieren, maar het is niet duidelijk of Hij vriend met het werd of dat ze een bedreiging vormden. Er is in deze lezing ook niet duidelijk op welke wijze Jezus beproefd werd. Wij kennen vele beproevingen,maar het lastigste lijkt me wel, dat je van jezelf vervreemd raakt en niet meer weet of voelt, met wie of wat je verbonden bent. Wellicht maakte Jezus mee, wat veel mensen in onze dagen meemaken: Het gevoel er helemaal alleen voor te staan en zelfs niets meer te ervaren van God zelf, van Zijn Vader. Het enige waar Hij van op aankon, was dat engelen hem hun diensten aanboden. Welke dienst was dat? Wellicht de innerlijke troost of een diep vertrouwen, dat de Vader hem nabij was.

Moeten we ons in deze veertig dagen extra inspannen? Voor sommige mensen is de woestijn al lang begonnen. Het leven is dor en droog geworden door de zorgen en de vele problemen. anderen gaat het juist heel goed. En wellicht is er ook een diepe beleving van Gods nabijheid. Zelfs bidden of naar de kerk gaan vormt geen probleem, maar doet juist goed.

We verbinden ons in deze tijd met elkaar; De gelukkige mensen, die de woestijn al achter de rug hebben of die daar nooit zorgen over gehad hebben. En de mensen die er midden in zitten, of hier in onze eigen omgeving of elders, bijvoorbeeld in Sri Lanka .We verbinden ons met de christenen  in Egypte, die zwaar beproefd worden,maar ook met hen, die het gevoel hebben, dat het allemaal is afgelopen met  de kerk of met het geloof. We verbinden ons ook met allen, die zich schuldig voelen of schulden hebben. We zijn verbonden met Jezus zelf, die de woestijn in Zijn leven heeft doorgemaakt. We verbinden ons met Noach, die de belofte van barmhartigheid mocht horen en ervaren.

 

Vanuit die verbondenheid kunnen we tijd nemen: Tijd voor elkaar, tijd voor gebed, tijd om met respect om te gaan met ons voedsel en met ons lichaam. Dan horen we wellicht diep in ons hart de woorden, waarmee het Evangelie eindigt:; De tijd is vervuld en het Rijk god is nabij; bekeert u en gelooft in de blijde boodschap.