ABG Parochie

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Archief

7 en 8 maart 2015, preek in de Driestromen

E-mail Afdrukken PDF

Preek in de Driestromen op 7/ 8 maart 2015

Lezingen: Ex. 20, 1-17 en Joh. 2, 13 -25

‘Als iedereen zo was Als Herman, dan zou de wereld er heel anders uit zien’. Dat zei de vrouw van Herman Finkers over haar man. ‘Beter’?’, vroeg de interviewer.’Ik denk het wel’, zei ze. En daar kwam Herman zelf tussenbeide. Hij meende dat dit wel voor iedereen geldt. Ik vroeg het me af. Zou de wereld er anders of misschien zelfs beter uitzien, als ze allemaal waren als ik of als u daar op de zesde, de achtste en de 11e rij. Zou de wereld er beter uit zien als ze allemaal waren als u of als ik?

Ik weet het niet of wat me zelf betreft weet ik het wel. Eén Leo Nederstigt is al meer dan genoeg. Maar wat ik wel denk en geloof is dat u en ik, dat ieder van ons er toe doet.

De tien geboden of in het Hebreeuws de tien woorden gaan niet over een groter geheel, het volk, de wereld, Amsterdam Zuid–Oost. Nee,het gaat over u en mij. ‘Jij zult de Heer uw God dienen. Jij zal niet stelen. Jij zal niet moorden, jij zal trouw zijn in vriendschappen en huwelijk. De woorden van de eerste lezing, die we kennen als de tien geboden gelden voor ieder van ons. Iedereen doet er toe. Niemand kan zich onttrekken.

Het verrassende van dat wat ik er vroeger al over leerde is, dat deze woorden eerder beloftes als geboden zijn. Ons wordt niet alleen beloofd dat deze dingen te doen zijn. Ze liggen niet ver van ons bed. Maar het is ook nog zo, dat dit prima aanwijzingen zijn, om menswaardig en gelukkig te leven. Eerder een bemoedigend duwtje in de rug dan een opgeheven vinger over wat wel en wat niet mag.

We kunnen ook wel wat aanwijzingen gebruiken als het gaat over ons omgaan met God, met onszelf en met elkaar. We kunnen wel wat aanwijzingen gebruiken, omdat een wereld, die alleen maar aan machthebbers of bazen of wellicht aan onszelf is overgelaten, heel gauw een wreed en onmenselijk gezicht krijgt.

De tien woorden en de tien geboden zijn ons gegeven om aan te geven wat ons aandeel kan zijn in Gods grote plan met de wereld. God heeft met mensen een verbond gesloten. Hij belooft een goede toekomst voor ons en voor onze wereld. Hij belooft dat Hij Zijn hand niet van ons aftrekt, wat we er ook van maken. Maar wij van onze kant mogen niet werkeloos toezien. We moeten Zijn woorden ernstig nemen en als we die woorden stuk voor stuk overwegen, dan moeten we gewoon toegeven, dat het heel veel waars en oprechts in zit.

Die stenen tafelen met de geboden werden in de tempel bewaard. Vandaag horen we hoe Jezus die tempel binnen wil gaan. En hij schrikt. Meer dan dat. Hij is verontwaardigd en boos over wat Hij daar aantreft.

De tempel moet de plaats zijn, waar God mag en wil wonen. Ondertussen is het een plaats geworden, waar de offerdieren worden verhandeld door mensen, die daar goed aan verdienen. De belasting die voor de tempel betaald moet woorden, mag niet ingelost worden door munten met een beeltenis van de keizer. Dus komen er wisselaars, die munten met de afbeelding van de keizer inwisselen voor beeldloze munten. En er wordt goed verdiend door al die handelaren. Velen ergeren zich daaraan. En Jezus ook. Met voortvarendheid jaagt hij de handelaars van rundvee de tempel uit, werpt hij de tafels van de wisselaars omver en krijgen de duivenhandelaars een ernstige berisping.

Een collega van mij had zich van de week geërgerd aan een spandoek op dit gebouw. ‘Rommelmarkt’, stond er te lezen. Is dat het waarmee we onze kerk presenteren, vroeg hij zich af. Hij is niet met een zweep dit gebouw binnengegaan, maar ergernis was er wel.

Nu is er wel een groot verschil met de handel van de tempel. De rommelmarkt hier was er ongetwijfeld voor een goed doel. De handel in de tempel was verworden tot een winstgevend handeltje. Jezus voelde hoe dit handeltje in ging tegen datgene wat op de tafelen die in de tempel bewaard werden in ging. De ene God, die alleen gediend moet worden, moest concurreren met de god van het geld.

Maar er is nog iets wat Jezus bewoog. We komen dat op het spoor als we horen, hoe Jezus spreekt over de tempel van Zijn eigen lichaam. De tempel was de plaats of de ruimte, waarin Gods aanwezigheid beleefd en gevierd werd. Wat Jezus wil aangeven is, dat Zijn persoon en in Zijn leven en levensstijl de ruimte is en zal zijn, waar Gods aanwezigheid beleefd en gevierd mag worden.

Wat is er met Jezus? Hij heeft Zijn leven prijsgegeven tot de dood. Dat heeft hij gedaan met liefde tot het uiterste. Maar voor die tijd hebben we Hem leren kennen in Zijn omgaan met zieken, armen, uitgestoten mensen, Voor die tijd hebben we gezien, hoe Hij in woord en daad de tien woorden heeft waar gemaakt met heel Zijn leven.

Door zijn leven en door Zijn dood heeft Hij als het ware laten zien, dat de tempel niet de enige of de belangrijkste plaats is om God te dienen. We moeten Hem dienen in Geest en in waarheid: In ons leven, in onze manier van doen,in ons verlangen om onszelf in liefde aan elkaar te geven. Op deze manier heeft Hij de tempel willen reinigen.

Mag ik het zo zeggen: In deze veertig dagen gaan we op naar de tempel. Die tempel is onze Meester en Heer zelf, die ons uitnodigt en wenkt Hem te volgen en zelf op onze beurt een plaats, een ruimte te zijn, waar God wil wonen.

 

Laatste aanpassing op maandag 09 maart 2015 12:37